Aardvlooien in de teelt: Effectieve preventie en beheersing

Aardvlooien kunnen grote schade veroorzaken in gewassen. De meeste schade wordt aangericht aan groente planten. Paksoi, bloemkool, broccoli, spruitkool, Chinese kool, raapjes, rucola, radijs en waterkers zijn hieraan gevoelig. Er zijn ook aardvlooien die suikerbieten, chicorei, witloof en vlas aantasten. Deze kleine springende insecten voeden zich met jonge bladeren en scheuten, waardoor groeivertraging, beschadigde bladeren en verminderde kwaliteit ontstaan. Bij bladgewassen ontstaat er zelf een onverkoopbaar product. Tijdige herkenning en gerichte beheersing zijn cruciaal om schade te beperken. Dit artikel beschrijft hoe aardvlooien te herkennen zijn, welke risico’s ze vormen en welke preventieve maatregelen beschikbaar zijn, inclusief de verschillende opties voor insectengaas.

Wat zijn aardvlooien en waarom vormen ze een probleem?

Aardvlooien (Phyllotreta spp. en aanverwante soorten)zijn kleine, springende insecten die zich voeden met jonge, zachte plantendelen. Ze kunnen zich snel vermeerderen en zorgen voor karakteristieke hapjes in bladeren. Dit leidt tot groeivertraging, vermindering van bladoppervlak en in sommige gevallen het afsterven van jonge planten. Hoewel bestrijding met gewasbeschermingsmiddelen in bepaalde situaties mogelijk is, wordt het gebruik ervan door wet- en regelgeving steeds verder ingeperkt. Preventieve maatregelen en fysieke barrières zijn daardoor een steeds belangrijker onderdeel van de teeltstrategie.

Vroege detectie en monitoring

Vroege detectie van aardvlooien is essentieel voor effectieve beheersing. Praktische methoden zijn:

  • Visuele inspectie: Controle van jonge scheuten en bladeren op kleine springende insecten of hapjes.
  • Plakkerige vallen: Gele en blauwe stickytraps kunnen worden ingezet om volwassen aardvlooien te vangen en geven inzicht in aanwezigheid en populatiedruk. Plaats de vallen op ooghoogte van de insecten en ververs ze regelmatig. Houd er rekening mee dat larven niet worden gevangen, combineer vallen altijd met visuele inspectie.
  •  Documentatie: Het registreren van het aantal gevonden insecten maakt het verloop van een plaag inzichtelijk en ondersteunt tijdige maatregelen.

Door regelmatig te monitoren, kan de populatie in een vroeg stadium worden beperkt.

Insectengaas als preventieve maatregel

Insectengaas vormt een effectieve fysieke barrière tegen aardvlooien. Belangrijke aandachtspunten bij gebruik zijn:

  • ·        Maaswijdte: Hoe fijner de maas, hoe beter de bescherming tegen kleine trips, terwijl de maas nog groot genoeg blijft om licht en lucht door te laten.
  • ·        Materiaal: Duurzaam en UV-bestendig gaas behoudt langer zijn effectiviteit.
  • ·        Montage en ventilatie: Correcte montage voorkomtopeningen en voldoende luchtcirculatie behoudt een gezond groeiklimaat.

Combinatie van insectengaas met monitoring en goede teeltpraktijken beperkt de afhankelijkheid van chemische gewasbeschermingsmiddelen en ondersteunt een gezonde, duurzame teelt. Zorg ervoor dat het gekozen insectengaas een maaswijdte heeft die ook voor aardvlooien ondoordringbaar is. Insectengaas die hiervoor geschikt is: Ornata Light 2.0.

Integrale aanpak voor gezonde gewassen

Naast fysieke bescherming is een integrale aanpak effectief:

  • Hygiëne in de teelt: Vermijden van introductie via nieuw plantmateriaal of grond.
  • Klimaatbeheersing: Aardvlooien zijn actiever en planten zich sneller voort bij warme, stilstaande lucht. Goede ventilatie en het vermijden van langdurig hoge temperaturen helpen de voortplanting te vertragen en schade aan jonge scheuten te beperken.
  • Natuurlijke vijanden: Stimulering van predatoren helpt de populatie onder controle te houden.

Het combineren van deze maatregelen beperkt de schadedoor aardvlooien aanzienlijk en ondersteunt de kwaliteit en opbrengst van de teelt.

Effectief aardvlooien buiten houden en oogstkwaliteit behouden

Het buiten houden van aardvlooien vereist een gestructureerde strategie en preventieve maatregelen. Insectengaas biedt een fysieke barrière, monitoring geeft inzicht in de populatie, en integrale teeltmaatregelen zorgen voor beheersing op meerdere niveaus.

Belangrijke elementen zijn:

  • Voorkomen: Gebruik van insectengaas om toegang tot gewassen te blokkeren.
  • Controleren: Vroege detectie via bladinspectie en plakkerige vallen.
  • Beheren: Hygiëne, klimaatmanagement en natuurlijke vijanden inzetten om populaties laag te houden.

Deze gecombineerde aanpak beperkt schade, ondersteunt duurzame teeltpraktijken en draagt bij aan een gezonde, kwalitatief hoogwaardige oogst, passend binnen de huidige regelgeving rondom chemische gewasbeschermingsmiddelen.